DNA: de nieuwe ambachts-
school

In het huidige onderwijs is er een groep jongeren die tussen wal en schip raakt. Jongeren met talent, maar niet het soort talent dat tot zijn recht komt in een klassiek klaslokaal. Zij leren door te doen, door te maken, door te ervaren. Niet door uren stil te zitten en te luisteren. Voor hen dreigt uitval. Niet omdat ze niets kunnen, maar omdat het systeem niet bij hen past.

Met DNA, De Nieuwe Ambachtsschool, bouwen we een plek waar juist deze jongeren tot bloei komen. Een plek waar vakmanschap, ontwikkeling en eigenwaarde samenkomen. Waar leren niet begint bij theorie, maar bij doen.


Een plek waar talent zichtbaar wordt

Jongeren uit groep 7, 8 en de onderbouw van het voortgezet onderwijs krijgen hier onderwijs dat aansluit bij hun manier van leren. Ze werken met hun handen, leren van professionals uit het bedrijfsleven en ervaren direct wat hun inzet oplevert.

Hun eigen school blijft betrokken en verantwoordelijk voor hun leerroute. DNA is geen vervanging, maar een aanvulling die voorkomt dat jongeren blijvend uitvallen.

Samen met de praktijk

Hier gaat het niet om cijfers alleen, maar om groei, ritme en zelfvertrouwen. Wat DNA onderscheidt, is de nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. Jongeren leren van mensen die dagelijks in het vak staan. Dat maakt leren concreet en relevant. Zo ontstaat er niet alleen ontwikkeling, maar ook perspectief: een doorkijk naar werk, vakmanschap en zelfstandigheid.

Types praktijkonderwijs

Voor wie is DNA?

De Nieuwe Ambachtsschool richt zich op jongeren die:

Hoe werkt het?

Bij DNA begint leren in de praktijk. De jongere wordt ’s ochtends opgehaald en samen met de begeleider naar de praktijkplek gebracht. Elke praktijkpartner biedt ruimte aan twee leerlingen, waardoor er voldoende aandacht en begeleiding is. Op de werkplek draait de jongere mee, ontdekt het vak van dichtbij en leert door te ervaren. Theorie ontstaat hier niet uit boeken, maar uit wat er die dag gebeurt: leren vanuit de praktijk in plaats van andersom. Professionals uit het werkveld spelen daarbij een actieve rol. Zij laten zien hoe het vak werkt, geven feedback en maken theorie uit boeken tastbaar. Groei, ritme en zelfvertrouwen staan centraal.

Op de tweede dag komen de jongeren naar onze locatie. Daar krijgen zij theorielessen die direct aansluiten op hun praktijkplek. We gebruiken gamification om verplichte vakken op een speelse en motiverende manier aan te leren, zodat de theorie logisch voelt en niet losstaat van wat ze doen.

Daarnaast is er ruimte voor een bredere, meer holistische aanpak. Jongeren leren praten over wat hen bezighoudt, ontdekken hoe groepsdruk werkt en welke plek zij innemen in een groep. Ze krijgen kooklessen en oefenen met praktische vaardigheden voor thuis, zoals het ophangen van een lamp of het uitvoeren van kleine klusjes. Zo bouwen ze niet alleen aan vakmanschap, maar ook aan zelfstandigheid, zelfvertrouwen en een stevig fundament voor de toekomst.

Ik wil met jullie in gesprek ›

Sluiten

Laat ons het weten!

Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Ik wil met jullie in gesprek ›